Klimaatambitie van de Provincie Utrecht

De provincie heeft de ambitie van een energieneutraal grondgebied in 2040. Doel is energie te besparen en om op het grondgebied van de provincie Utrecht net zoveel duurzame energie te produceren als te gebruiken. De ruimtelijke opgave hierbij is

  1. het ruimte bieden voor het duurzaam opwekken van energie
  2. vraag naar en aanbod van warmte en andere energiedragers bij elkaar brengen

Door initiatieven ruimtelijk te faciliteren, draagt de provincie bij aan de opgave voor klimaatneutraliteit op een wijze die past bij de kerntaken van de provincie.

In de  Interim Provinciale Omgevingsvisie (eind 2020) legt de provincie haar beleid vast.

 

Samenvatting: in de ontwerp interim POVI is het volgende opgenomen omtrent zonnevelden:

  • noodzaak van zonnevelden (naast zon op dak) is aangegeven
  • niet toegestaan in Natura2000 en Ganzenrustgebieden
  • bij voorkeur niet in NNN en Waterlinie (alleen met een zeer goede onderbouwing, noodzaak en compensatie)
  • liefst langs infra en bebouwing
  • onderkend wordt dat zonnevelden op agrarische gronden ook nodig gaan zijn: proberen de minst waardevolle gronden te benutten in overleg met andere agrariërs

Hoe kijkt de provincie aan tegen zonne-energie en zonnevelden?

Voorkeursvolgorde (deze houdt geen volgtijdelijkheid in):

  • voorkeur voor zonnepanelen op daken, gevels en infrastructurele werken boven veldopstellingen, vanwege doorgaans minder invloed op kenmerken/ identiteit van gebied.
  • Om aan de gestelde energiedoelen te voldoen zijn ook zonnevelden nodig, bij voorkeur op gronden met een andere functie dan landbouw of natuur, zoals waterzuiveringsinstallaties, vuilnisbelten, binnenwateren, langs van spoor- en autowegen en kanalen.
  • Ook hierbij gaat onze voorkeur uit naar het zoeken van slimme functiecombinaties, waarbij met gebruikmaking van creatieve toepassingen, ruimtelijke kwaliteit kan worden gerealiseerd.
  • Daarnaast zien wij kansen om zonnevelden te combineren op locaties zoals als buffer rondom natuurgebieden, op sommige waterplassen en in combinatie met recreatie.
  • Met al deze voorkeurslocaties binnen de provincie Utrecht is onvoldoende oppervlak beschikbaar om onze energieambities te behalen. Ook zonnevelden gecombineerd met landbouw of op gronden met lage natuurkwaliteit is nodig om aan onze energie-ambities te voldoen.
  • Mocht hiervoor ook binnen het NNN gezocht worden, dan gaat onze voorkeur uit naar de agrarische gebieden hierin of andere gebieden met een lage natuurwaarde, zoals bermen en parkeerterreinen.

Gebieden & voorwaarden

De provincie stelt naar verwachting via de POVI en de POVR (verordening) de volgende voorwaarden voor zonnevelden afhankelijk van de locatie:

 

1.gebieden waar algemene voorwaarden gelden:

Artikel 5.5 uit de (ontwerp) Interim Omgevingsverordening

In deze gebieden geeft de provincie ruimte voor regionale en lokale afweging, mits structuren in het landschap herkenbaar worden gehouden en er een opruimplicht geldt.

2. gebieden met extra voorwaarden

Artikel 6.3; 6.9; 6.12; 7.2; 10.6f Interim Omgevingsverordening

Dit gaat om Nieuwe Hollandse Waterlinie / Stelling van Amsterdam, Natuur Netwerk Nederland, Groene Contour, Weidevogelkerngebieden. Deze extra voorwaarden staan in de Interim omgevingsverordening vastgelegd.

3,  gebieden waar zonnevelden niet toegestaan worden

Dit zijn Natura 2000 en Ganzenrustgebieden.

relevante artikelen uit het ontwerp interim provinciale verordening

Inpassing van zonnevelden

Op dit moment gelden nog de PRS en de PRV zolang de POVI niet is vastgesteld:

De Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) en Verordening (PRV) beschrijven het provinciaal beleid voor de inrichting van de ruimte. Dit beleid is erop gericht dat een nieuwe ontwikkeling de kwaliteiten van het landschap weet te behouden, te versterken of dat voorkomen wordt dat de kwaliteiten onevenredig worden aangetast. Dit betekent dat de kwaliteiten van een landschap herkenbaar blijven, ook als de installatie de beleving van dat landschap wijzigt. Ook mogen zonnevelden niet leiden tot een onevenredige aantasting van de natuurwaarden en de cultuurhistorische waarden. Meer hierover staat beschreven in de Handreiking ‘Duurzame Energie Ruimtelijk Ingepast’ van de provincie Utrecht.

Inpassing in het landschap

Een goede inpassing van zonnevelden vraagt een logische plek in het landschap, bijvoorbeeld door functies visueel en functioneel te koppelen. Denk hierbij aan een kleinschalig zonneveld gekoppeld aan het erf met nabijgelegen afnemers van de opgewekte stroom. Door aan te sluiten bij bestaande structuren en hun schaal, creëren we geen nieuwe landschappen met nieuwe kwaliteiten. Ook al is impact op de omgeving onvermijdelijk, de ‘leesbaarheid’, de kernkwaliteit van het landschap, kan overeind blijven. Deze keuze kan consequenties hebben voor het aantal panelen en voor de opstelling, om te zorgen voor een optimale koppeling met bestaande elementen in het landschap.

Checklist voor goede landschappelijke inpassing

Onderstaande vragen kunnen helpen bij een zorgvuldige inpassing van een zonneveld in het landschap:

  • Zijn landschapstype en kernkwaliteiten goed beschreven? De kwaliteitsgids voor Utrechtse Landschappen vormt hiervoor een goede bron. Wat zijn de hoofdstructuren van het deel van het landschap waar de installatie komt en van de aangrenzende landschappen? Denk aan ontginning, beplantingsstructuren, mate van openheid, waterlopen, kenmerkende ‘gasten’ in het landschap zoals infrastructuur.
  • Hoe ligt de installatie ten opzichte van de hoofdstructuren in de landschappen?
  • Naar welke (beeld)kwaliteit streeft u nadat de installatie is gerealiseerd?
  • Welke visuele relatie is te leggen met nabijgelegen voorzieningen (bedrijventerrein, potentiële afnemers)? Is de functionele relatie zichtbaar te maken?
  • Hoe is bij de afweging rekening te houden met de kernkwaliteiten? Hoe voorzien de voorschriften in behoud en zo mogelijk versterking van de kernkwaliteiten of hoe blijft de aantasting zoveel mogelijk beperkt?
  • Is gebruik gemaakt van een gemeentelijke  ‘ladder van duurzaamheid’ (bijvoorbeeld gebaseerd op de ladder voor duurzame verstedelijking (ministerie van Infrastructuur en Milieu)) en hoe verhoudt de installatie zich hiertoe?

Letterlijke tekst over zonnevelden in de PRS (geldig tot vaststelling POVI)

Voor zonne-energie hebben wij de voorkeur voor plaatsing op daken boven veldopstellingen. Voor zonne-energie in veldopstellingen zien wij primair kansen op niet-agrarische velden zoals pauzelandschappen (op termijn voor stedelijke functies beoogde percelen). Plaatsing tezamen of in plaats van agrarische functies sluiten wij niet uit. In landbouwkerngebieden blijft de landbouw het primaat hebben. Plaatsing in veldopstellingen kent een verscheidenheid aan opstellingsvarianten, zoals naast benodigd oppervlakte ook verscheidenheid in hoogtes, afscheidingen en realisatie van aanvullende bebouwing. Om maatwerk te kunnen leveren wijzen wij geen gebieden aan of af binnen de kaders zoals hiervoor geschetst. Dit vraagt per locatie een goede ruimtelijke onderbouwing. Bij plaatsing in veldopstellingen hechten wij aan aansluiting aan bestaande bebouwde omgeving of hoofd infrastructuur en passend bij de schaal van de bestaande bebouwde omgeving en landschap. Dit leidt tot een verschillende maatvoering in aansluiting op bedrijventerrein, grote stad, kleine kern of agrarisch bouwperceel.

Advies Energielandschappen

Het advies Energielandschappen geeft een voorkeur aan voor plaatsing op bouwwerken. Bij plaatsing van panelen in zonnevelden is sprake van transformatie naar een nieuw type landschap. Het advies geeft aan dat functiecombinaties perspectief bieden om een nieuwe omgevingskwaliteit te creëren. Zonnevelden voegen zich beter in landschappen met opgaande beplanting dan open gebieden. Maar open gebieden zijn niet uitgesloten, omdat zonnevelden in de juiste verhouding, het juiste ontwerp en op de juiste plaats kunnen leiden tot nieuwe, maar nog wel passende, landschappen.

Kwaliteitsgids/ Gebiedskatern Groene Hart

De kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen beschrijft de kernkwaliteiten van de belangrijkste landschappen. Het gebiedskatern voor Groene Hart geeft de volgende overwegingen die van belang zijn voor zonnevelden in Stichtse Vecht:

De (Veen)weidegebieden in het Groene Hart […] bestaan al duizend jaar en zijn ontstaan op basis van menselijke ingrepen in de fysieke ondergrond en waterhuishouding. Karakteristiek voor de (veen)weidegebieden zijn de verschillende verkavelingspatronen met smalle kavels en veel sloten en de aanwezigheid van kaden, dijkjes, lintdorpen, oude dorpskernen, kronkelende veenriviertjes, openheid, vee, (weide)vogels, rietlanden en moerassige delen. De veenweidegebieden zijn, ook op Europees niveau , de best bewaarde cultuurlandschappen die ingericht zijn voor de landbouw.

De kernkwaliteit openheid hangt nauw samen met het veenweidekarakter. Dit is vooral aanwezig in de velden. De weilanden maken dat je ver kunt kijken. De beleving is echter verschillend tussen de deelgebieden. Deze beleving wordt bepaald door de maat en schaal van de ruimte, door randen van die ruimten en door het standpunt van waaruit de ruimten zichtbaar zijn. In principe is de openheid in de veld-landschappen vanuit drie perspectieven te beleven:

  1. vanuit de linten, over open kavels of tussen de bebouwing door
  2. vanuit wegen of paden langs beplante achterkades of kavelgrenzen
  3. vanuit paden en wegen die door het open veld lopen