Visie op zonnevelden in Stichtse Vecht

De gemeente streeft ernaar om in 2040 alle energie die we verbruiken duurzaam op te wekken. Daarvoor is het nodig om (naast energiebesparing en zon op kleine daken) ook grootschalige duurzame energie op te wekken. In het collegeprogramma is afgesproken dat er niet wordt ingezet op windenergie.

 

Hoeveel groene stroom

De gemeente wil voor de periode tot 2030 0,1 TWh per jaar aan duurzame energie grootschalig opwekken, bij voorkeur met grootschalige zonnedaken. Deze hoeveelheid stroom kan met 100 hectare aan zonnevelden worden opgewekt. Ook grootschalige zonnedaken tellen mee voor deze doelstelling.

 

Zonnevelden met behoud van de belangen en waarden van het buitengebied

Stichtse Vecht houdt de belangen van haar buitengebied in het vizier: landschap, natuur, cultuurhistorie,  archeologie, recreatie, landbouw, kwaliteit van bodem en water. Voorwaarden worden gesteld aan aanvragen voor zonnevelden, om deze waarden te beschermen. Ook spelen er andere lokale en regionale belangen waarvoor naar het buitengebied wordt gekeken: ruimte voor wonen, werken, mobiliteit.

 

Waar wel en waar geen zonnevelden

De gemeente zet in op, conform de landelijke Zonneladder, zoveel mogelijk zon op daken en in overige bebouwde gebieden. De gemeente wil geen zonnevelden toestaan in natuurgebieden. Ook in de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de landgoederenzône en weidevogelkerngebied is er slechts zeer beperkt ruimte voor zonnevelden. Een zonneveld wordt in die gebieden alleen overwogen op die locaties waar de kernwaarden al niet meer intact zijn en waar zeer zorgvuldige inpassing mogelijk is. Zonnevelden zijn voorlopig niet toegestaan op locaties waar in de komende periode woningbouw wordt overwogen.

 

Verplichte participatie

Van grote waarde zijn vanzelfsprekend ook de inwoners van de gemeente. De gemeenteraad verplicht de initiatiefnemer met een goed plan te komen voor zowel procesparticipatie (met de directe omgeving) als financiële participatie (voor alle inwoners en bedrijven). De initiatiefnemer heeft een inspanningsverplichting om toe te werken naar zonnevelden in 50% lokaal eigendom inclusief zeggenschap.

Zonnevelden als onderdeel van energiedoelstelling

Waarom ruimte voor zonnevelden?

De gemeente zet in op energiebesparing, en wonen en werken zonder aardgas. De vraag naar energie die overblijft, wordt zoveel mogelijk duurzaam opgewekt. Zonnepanelen op daken hebben daarbij de voorkeur, maar daarnaast zijn ook zonnevelden en andere vormen van duurzame opwek nodig om de landelijke, regionale en lokale energiedoelen te halen.

 

De gemeente vindt de volgende twee zaken van belang om te komen tot volledige duurzame energie opwek: 

  1. het vormen van een breed draagvlak onder inwoners
    • een participatieplan is verplicht bij een aanvraag voor een zonneveld
    • bij de voorbereiding van deze visie is de inbreng meegenomen van diverse maatschappelijke partijen en inwoners
  2. het volgen en meenemen van technische ontwikkelingen
    • in de samenwerking voor de Regionale Energie Strategie worden de technische ontwikkelingen op de voet gevolgd
    • om al in 2030 een grote stap te kunnen maken in duurzame opwek, wordt eerst ingezet op marktrijpe technieken zoals zonnevelden
    • voor de periode na 2030 wordt beoordeeld of er andere technieken beschikbaar zijn

Beleid in het kort

De gemeenteraad heeft op 15 december 2020 het beleidskader Zonnevelden vastgesteld met als onderdelen:

  • het raadsvoorstel (formele raadsformat wordt hier downloadbaar)
  • deze online beleidsvisie Zonnevelden inclusief kansenkaart
  • ruimte voor zonnevelden voor de periode tot 2030: niet meer dan nodig voor de opwek van groene stroom tot 0,1 TWh in 2030 (dit kan volgens de huidige stand der techniek met 100 hectare zonneveld maar ook grote zonnedaken tellen mee)
  • de gebieden waar zonnevelden meer, minder en niet kansrijk zijn (kansenkaart)
  • de verplichting dat een initiatief voor een zonneveld een participatieplan moet bevatten voor zowel procesparticipatie als financiële participatie (strevend naar 50% lokaal eigendom en zeggenschap)
  • de voorwaarden op hoofdlijnen (onder andere: aanvrager committeert zich aan de Gedragscode Zon op Land, verwijdert de zonnepanelen op circulaire wijze na de afgesproken periode en herstelt de bodem).

 

In het eerste kwartaal van 2021 wordt een uitvoeringsplan opgesteld:

  • nadere uitwerking van de voorwaarden voor landschappelijke inpassing
  • nadere uitwerking van de voorwaarden voor participatie (zie omwonenden)
  • systematiek waarop aanvragen ingediend en beoordeeld worden
  • extra verplichtingen zoals op landbouwgronden: zo veel mogelijk gebruik van laagwaardige gronden, en het na exploitatie terugvallen van de bestemming in agrarisch.

Randvoorwaarden bij het beleid

  • De gemeenteraad kan gedurende de periode tot 2030 haar beleid wijzigen bijvoorbeeld naar aanleiding van de ervaringen met de eerste zonnevelden of de afspraken binnen de Regionale Energie Strategie.
  • De gemeente kan, ook als de 0,1 TWh doelstelling nog niet bereikt is, initiatieven onderbouwd afwijzen, als de raad op die locatie van mening is dat andere belangen teveel worden geschaad (omgeving) of er nog teveel onduidelijkheid is over de andere regionale opgaven zoals woningbouw.

Definitie van de omvang van een zonneveld. De oppervlakte wordt berekend exclusief landschappelijke inpassing:

  • onder de oppervlakte van het zonneveld valt in ieder geval: de grond onder de zonnepanelen, de tussenliggende stroken, onderhoudspaden en de technische installaties (o.a. transformatorhuisjes);
  • onder de landschappelijke inpassing kunnen vallen: landschapselementen/ ruimte voor natuur rond/binnen zonneveld zoals bomen, struiken/ruigtes voor agrarisch gebruik of bloemrijk landschap.

Opsomming: onderdelen in dit beleidsplan

Belangrijke onderdelen in dit online beleidsplan zijn:

  • De kansenkaart: in welke gebieden schat de gemeente zonnevelden kansrijk in en waar wordt de inpassing lastiger
  • De gebiedspagina’s beschrijven karakter van een gebied, waarden die extra aandacht nodig hebben en mogelijke inpassingsvoorwaarden
  • Overzicht van de gebieden op 1 avier.
  • Voorwaarden: overzicht van de zaken die de initiatiefnemer moet indienen, waarop de gemeente het plan kan beoordelen. De formele voorwaarden worden nader uitgewerkt in het eerste kwartaal van 2021.

Relatie met bestaand beleid en regelgeving

Relatie met het klimaatakkoord (2019)

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten, provincies en waterschappen in regio’s invulling geven aan ‘hun’ deel van de nationale opgave in Regionale Energiestrategieën (RES).

In de regio U16 wordt onderzocht hoeveel duurzame elektriciteit we als regio voor 2030 kunnen bijdragen aan de nationale opgave van 35 TWh opwek op land. Deze 35 TWh dienen de 30 RES-en samen te realiseren.

 

Relatie met de Klimaatwet:

In de Klimaatwet is vastgelegd dat we in 2030 49% minder CO2 moeten uitstoten en in 2050 95% minder ten opzichte van 1990. Dat is in de wet vastgelegd en ieder kabinet moet zich hier dus aan houden. In de Klimaatwet staat niet hoe we dat gaan doen. Die inhoudelijke maatregelen zijn in het Klimaatakkoord afgesproken met de maatschappelijke partijen die aan het overleg deelnamen.

 

Relatie met andere (regionale) ontwikkelingen:

Er is een sterke relatie tussen de RES en het Regionaal Economisch Programma (REP), de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) en de lokale omgevingsvisie. De opgave voor Stichtse Vecht is nodig om een ruimtelijke doorvertaling te kunnen maken voor deze trajecten, waarin de opgaven voor de regio en voor Stichtse Vecht integraal worden afgewogen.

In de REP worden wederkerige afspraken gemaakt voor de sterk samenhangende strategische opgaven waar de regio voor staat. Deze liggen naast energie ook op het gebied van  wonen (ruimte voor nieuwbouw), werken, mobiliteit en natuur/landschap.  Daar waar een initiatief voor een zonneveld andere toekomstige ontwikkelingen kan frustreren, zal de afweging moeten worden gemaakt tussen de belangen.

 

Addendum op het Collegewerkprogramma 2018-2022 “realistisch, concreet en duurzaam”:

De ambitie uit het Addendum is als volgt: Volledig opwekken van duurzame energie in 2040, met een eventuele uitloop naar 2050 als 2040 niet realistisch blijkt te zijn. We sluiten hiermee nauw aan bij de regionale, provinciale en landelijke duurzaamheidsafspraken, waarvoor de basis ligt in het Nationaal Klimaatakkoord.