Archeologie in Stichtse Vecht

De bodem laat de historie van Stichtse Vecht zien. De vorming van stuwwallen, dekzand, veenvorming, de invloed van rivieren, de invloed van mensen met hun bewoning en oorlogen, enzovoorts.

De kenmerken van bodem bepaalden waar mensen gingen wonen. Vooral in de vorm van stroomruggen is dit nog goed zichtbaar. De gemeente wil deze vormingsgeschiedenis zichtbaar en ontsloten houden. De bodem mag in ieder geval niet vlak gemaakt worden voor zonnevelden.

Zeer zichtbaar zijn de vestingwerken van de Oude en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Met daarbinnen de forten verbonden door een systeem van dijken, watergangen en inundatiekommen. Veel van deze linies zijn in de Tweede Wereldoorlog (weer) gebruikt, zowel door de Nederlanders aan het begin van de oorlog als door de Duitsers in latere jaren. Er werden op de forten kazematten, bunkers, loopgraven, commandoposten, stellingen en mangaten aangelegd. In archeologische zin worden vooral diverse typen loopgraven, mangaten en schuilplaatsen verwacht, met sporen van slagvelden en schermutselingen of beschietingen. [bron: ikme.com]

Fundering zonneveld en waterpeil - onderzoeksplicht?

De zorg bij zonnevelden gaat over 2 zaken:

  • fundering in de bodem (doorboring)
  • wijziging van het waterpeil (water beschermt archeologische waarden)

Het archeologie- en bodembeleid bepaalt of er nader onderzoek nodig is bij een initiatief voor een zonneveld. Dit hangt af van de archeologische verwachtingswaarde en of er een status als Rijksmonument is. Meer informatie vindt u onder de ‘lees meer’ knop. Van belang is de oppervlakte en diepte van de mogelijke verstoring door het zonneveld.

 

Wanneer voor de zonne-installatie een systeem wordt gekozen met ondiepe fundering of alleen bovengrondse bevestiging, en als de waterhuishouding en het waterpeil niet wijzigen, dan hoeft archeologie in de bodem geen belemmering te zijn. Een gesprek hierover met de gemeente is echter altijd noodzakelijk.

 

Foto: dit type zonne-installatie vergt een stevige fundering.

Meer over onderzoeksplicht

 

Nationale regelgeving

Het Nederlandse ‘bodemarchief’ is via de – Wet op de Archeologische Monumentenzorg – beschermd. In deze wet is vastgelegd dat archeologisch waardevolle resten in de bodem moeten worden behouden (in situ). Als het bodemarchief door toekomstige graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm verstoord zal worden, is archeologisch onderzoek volgens de – Wet op de Archeologische Monumentenzorg – verplicht. Bij gemeenten geldt hiervoor een vrijstelling van 100 vierkante meter verstoring waar binnen geen archeologisch onderzoek nodig is. Hierop kan binnen de gemeente een uitzondering worden gemaakt op basis van de gemeentelijke Archeologische Beleidsadvieskaart. Informeer daarom altijd bij de gemeente of een archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Als dit zo is, zal het ‘bodemarchief’ archeologisch onderzocht moeten worden om zodoende de waarde hiervan te kunnen vast stellen.

 

Informatie aanleveren

Om aanvragen goed te kunnen beoordelen volgt uit het bovenstaande dat de initiatiefnemer aan de gemeente stukken moet aanleveren waaruit blijkt:

  • Op welke locatie de bodem wordt verstoord
  • Over welk oppervlak dat gebeurt
  • Tot welke diepte dat gebeurt

In de praktijk gaat dit om kaartmateriaal waarop staat waar verstoord wordt en om doorsnedes van bijvoorbeeld funderingen waaruit de diepte van de verstoring blijkt.

De onderzoeken moeten uitgevoerd worden door gecertificeerde bedrijven en volgens de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie op het moment van aanvraag.

Lees minder

Kaarten die inzicht bieden

Geïnteresseerden en initiatiefnemers kunnen de volgende kaarten en documenten bekijken. Vastgestelde kaarten en documenten uit 2010 (exclusief Nigtevecht):

Conceptdocumenten uit 2017:

overig: