Zonnevelden & cultureel erfgoed?

Bij besluiten over initiatieven voor zonnevelden houdt de gemeente rekening met cultuurhistorie. De Vechtzone met haar buitenplaatsen, parken en tuinen, de Hollandse Waterlinies, monumentale gebouwen waaronder molens, erven en de kenmerkende cope-verkaveling in de veenweidegebieden maken deel uit van cultureel erfgoed. Op deze pagina focussen wij ons op de Oude en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de buitenplaatszone en molens met hun biotopen.

 

Dit beleid voor zonnevelden houdt rekening met de Trendlijnen van de gemeente. Deze beschrijven de ontwikkelingsgeschiedenis van de gemeente met een extrapolatie naar de toekomst. De Trendlijnen vormen de basis voor de op te stellen Omgevingsvisie.

 

Let op: Nieuwe Hollandse Waterlinie

Er is in de komende periode geen tot zeer beperkt ruimte voor zonnevelden in de Nieuwe Hollandse Waterlinie (inclusief kringen en inundatievelden). Het gebied is roodgekleurd op de kansenkaart, omdat zonnevelden al snel conflicterend zijn met de kernwaarden van het liniegebied. Het is militair erfgoed en het wordt toekomstig Wereld Erfgoed . Heeft u hier toch een zonneveld op het oog? Advies is dit in vroeg stadium te bespreken met de gemeente. De gemeente houdt contact met de provincie. In 2021 is er naar verwachting een afsprakenkader en een gebiedsanalyse voor het zuidelijke deel van Stichtse Vecht beschikbaar.

 

Let op: Buitenplaatszone Vechtstreek

De buitenplaatsen en hun biotopen bevinden zich in de Buitenplaatszone Vechtstreek. Deze zone is een brede band die van noord tot zuid over de gemeente heen loopt. Delen van de zone zijn op de kansenkaart oranje gekleurd en delen rood. Zonnevelden in deze zone zijn alleen mogelijk waar al sprake is van verstoring van de waarden, en met zeer goede landschappelijke inpassing.

Buitenplaatsen (tuinen, parken, biotopen)

De buitenplaatsen zijn van grote cultuurhistorische waarde en een belangrijke toeristische trekpleister. De buitenplaatsen vormen een landschap, dat is opgebouwd uit particuliere tuinen en parken met productieve gronden (hakhout en agrarisch land). Ze waren vroeger een woonplaats voor rijken die in de zomer Amsterdam en Utrecht ontvluchtten.

Door diverse oorzaken is er op de buitenplaatsen sprake van herbestemming en van meer gebouwen. Gebouwen krijgen regelmatig andere functies (zoals kantoor, hotel, klooster, gemeentehuis). Dit geldt ook voor de tuinen (park, villawijk, een enkel natuurgebied).

Er is veel vraag naar permanente bewoning wat samengaat met tal van andere functies (natuurontwikkeling, toerisme en recreatie, landbouw).

 

Landgoedbiotopen: sinds eind 18de eeuw zijn veel buitenplaatsen langs de Vecht verdwenen. Deze zijn als biotopen op de kaart aangegeven en vaak in gebruik voor landbouw en/of bewoning. Wel zijn de landgoedbiotopen nog steeds herkenbaar en laten ze onze ontstaansgeschiedenis zien.

 

De gehele Buitenplaatsz0ne is oranje op de kansenkaart, wat betekent dat er zeer beperkt mogelijkheden zijn. Wellicht kunnen er zonnevelden op zeer zorgvuldige wijze ingepast worden (bijvoorbeeld binnen een coulissenlandschap) vanwege de wens:

  • tot een klimaatneutrale buitenplaats te komen (kleine installatie voor eigen gebruik)
  • als financieringsbron om de buitenplaats in stand te kunnen houden

De gemeente zal zich per aanvraag hierover buigen. Meer leest u op de pagina ‘vecht/buitenplaatsen/rivierdorpen‘.

 

Foto: Slot Zuylen

Molen(biotopen)

Er zijn regels voor bouwen en aanplanten nabij molens. Bij een zogenaamde molenbiotoop zijn de grootste aandachtspunten:

  • de vrije windvang: zonder een goede wind toe- en afvoer kan een molen niet goed draaien en malen
  • zicht en beleving
  • de poldermolen als onmisbare schakel in het watersysteem, waarbij sommige molens als hulpgemaal ingezet kunnen worden

Een initiatief voor een zonneveld binnen een molenbiotoop dient zeer goed afgestemd te worden met Stichting de Utrechtse Molens en de gemeente.  Zichtlijnen, windrichting, omvang en hoogte van de installatie zijn belangrijke parameters in de besluitvorming.

Sommigen zullen vanuit een breder perspectief naar het vraagstuk ‘zonneveld nabij molens’  kijken. Een goed ingericht zonneveld kan ook gezien worden als moderne invulling van de molenfunctie: energie halen uit de atmosfeer (zon in plaats van wind).

Historische vormgeving bodem (geomorfologie)

De cultuurhistorie is gebaseerd op de opbouw van de bodem. Het waren de kenmerken van de bodem die bepaalden waar mensen gingen wonen, en dorpen en steden vormden. Er zijn nog locaties waar dit nog goed t zien is, vaak in de vorm van stroomruggen. De gemeente wil deze vormingsgeschiedenis zichtbaar en ontsloten houden. De bodem mag in ieder geval niet vlak gemaakt worden voor zonnevelden.

 

Zonneveld nabij de Nieuwe Hollandse Waterlinie?

Zonnevelden kunnen van grote invloed zijn op de openheid die wordt ervaren in de schootsvelden en de beleving van de Waterlinie. In 2018 is onderzocht wat er mogelijk is qua energietransitie zonder dat dit afbreuk doet aan de UNESCO wereld erfgoed nominatie van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Dit wordt in 2020 en 2021 nader ingevuld met een afsprakenkader (tussen de 4 deelnemende provincies) en lokale gebiedsanalyses.

 

Heeft u een initiatief voor een zonneveld binnen de schootsvelden of inundatiegebieden van de NHW?  In het algemeen is de kansrijkheid laag, tenzij op de beoogde locatie sprake is van een verstoring van de kernkwaliteiten, waarbij de komst van het zonneveld tot een verbetering zou leiden.

Het advies is dat u vroegtijdig in gesprek gaat met de gemeente (die met de provincie in contact is).  Meer informatie leest u hieronder.

Nieuwe Hollandse Waterlinie

In Stichtse Vecht liggen de volgende delen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie:

  • Fort Tienhoven
  • Fort Nieuwersluis
  • Werk bij Maarsseveen

Net buiten de gemeentegrenzen liggen verschillende forten waarvan de schootsvelden en inundatievelden deels binnen de gemeente vallen.

 

De Nieuwe Hollandse Waterlinie was lange tijd het ‘geheime wapen van Nederland’. De forten, inundatievelden en schootsvelden zijn van groot cultuurhistorisch belang. Binnen de schootsvelden is de openheid en een beperkte hoeveelheid bebouwing een kernkwaliteit, evenals het groene en landelijke karakter van de inundatiekommen.

 

Van belang is niet alleen het beschermen maar ook ontwikkelen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, zoals blijkt uit het document kernkwaliteiten van de Hollandse Waterlinie.

 

Klik op de foto voor een uitvergroting of ga naar de kaart.

Oude Hollandse Waterlinie

Ouder, minder opvallend en daarom minder bekend is de Oud Hollandse Waterlinie (OHW) die loopt van Muiden naar Gorinchem. Binnen Stichtse Vecht loopt de OHW van Nieuwersluis over Nieuwer ter Aa richting Woerden. Om de forten zichtbaar te maken op de foto zijn de kringen getoond hoewel de Kringenwet pas van kracht ging in de tijd van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Beide linies zijn aanklikbaar in de legenda van de kansenkaart onder cultuurhistorie.

 

Kernkwaliteiten en verboden kringen

De Kringenwet uit 1818 beperkte bebouwing rond schootsvelden. Zo mocht in de binnenste kring van 300 meter rond een (belangrijk) verdedigingswerk alleen in hout worden gebouwd. In de middelste kring van 600 meter mocht tot 50 cm hoogte met steen worden gebouwd, daarboven moest het brandbaar materiaal zijn. In de buitenste kring, 1000 meter rond een verdedigingswerk, waren stenen bouwwerken toegestaan, maar bij oorlogsdreiging konden ze zonder meer worden afgebroken. De Waterlinie vormde een scheiding tussen het westen (economische en bestuurlijke hart) en het oosten van Nederland. De natuurlijke landschappelijke ondergrond vormde de basis voor de aanleg van het ingenieuze inundatiesysteem.

In 1963 is de wet ingetrokken. De ‘verboden kringen’ van 300, 600 en 1000 meter rondom het fort worden nog wel benut bij het afwegen van bouwaanvragen.

Wel of geen zonneveld binnen de kringen?

Zonnepanelen binnen de verboden kringen en de inundatievelden zijn niet wenselijk. Er wordt vanwege de energietransitie wel gezocht naar mogelijkheden waarbij er geen (significante) aantasting is van de kernkwaliteiten zoals ‘openheid’.

De vraag is of en waar een goede inpassing mogelijk is zodat panelen de ruimtelijke kwaliteit en eigenheid van het Waterlinielandschap niet aantasten. De vraag wordt door partijen gesteld of zonnepanelen de beleving van de schootsvelden in het landschap waar mogelijk kunnen versterken?

Voorlopig geeft de provincie aan dat hier geen ruimte voor is. De gebieden zijn daarom op dit moment op rood geplaatst op de kansenkaart. Op het moment dat zich een initiatief voordoet, kunnen deskundigen van diverse disciplines (erfgoed, landschap, duurzaamheid) zich hierover buigen om te zien of er op die specifieke locatie sprake is van een uitzonderingssituatie.

Rapport 'Energietransitie en Cultureel Erfgoed' (dec 2018)

De teksten hieronder beschrijven wat er in het rapport uit 2018 staat. Echter, het afsprakenkader en lokale gebiedsanalyses in 2021 zijn nodig om meer duidelijkheid te krijgen over mogelijkheden voor zonnevelden in het Unesco gebied in de toekomst.

Onderzocht in 2018 zijn de mogelijkheden voor energielandschappen in combinatie met de gewenste nominatie tot Werelderfgoed. Gesprekken zijn gaande tussen diverse partijen of en hoe  zonnevelden ingepast kunnen worden zonder afbreuk te doen aan de cultuurhistorische waarde.

Het rapport uit december 2018 geeft nog geen uitsluitsel. Beschreven wordt dat het linielandschap hier sterk beleefbaar is:

“Rivierenlandschap (de Vecht), nat gebied met open, weids karakter en smalle slotenverkaveling.  Het linielandschap is hier gaaf behouden met veel sloten, plassen en grasland. Het contrast tussen veilig en onveilig is sterk beleefbaar. Duidelijke relatie forten, accessen, houten huizen en verboden kringen open. Er is potentie voor windenergie en biomassateelt en voldoende ruimte voor zonnevelden.” 

 

Een belangrijk uitgangspunt voor de ‘beoordelaars’ van zonnevelden i.r.t. de Nieuwe Hollandse Waterlinie is dat de visuele integriteit van de waterlinie niet wordt aangetast. ”‘Visuele integriteit’ betekent dat dit erfgoed visueel niet wordt weggedrukt of gemarginaliseerd
door latere toevoegingen, ongeacht of die binnen of buiten de begrenzing van het  werelderfgoed gesitueerd zijn.

 

Verder wordt uitgelegd dat het de leesbaarheid van de hoofdverdedigingslijn ten goede komt als de ‘veilige zijde’ er zichtbaar anders uitziet dan de ‘onveilige’. Er is daarom juist wel ruimte voor zonnevelden aan de veilige (vaak noord/westelijke) zijde van de linie:

“Het behouden van de leesbaarheid van de overgang van veilig naar onveilig betekent juist dat er aan de veilige zijde veel mogelijk is bij het inpassen van nieuwe functies. Zonnevelden contrasteren al snel met de natte open gebieden van de onveilige zijde en behouden daardoor de leesbaarheid.”

 

Verder staat er expliciet dat je nooit aan beide zijden van de hoofdverdedigingslinie dezelfde aanpassing mag doen (bijv beide zijden zonneveld) omdat je juist het contrast wil benadrukken. Ook als dat contrast nu nog niet zichtbaar is.

 

Aan de ‘onveilige zijde’ zijn er ‘gave gebieden’. Dit is van belang voor de gemeente Stichtse Vecht omdat er kritischer naar ontwikkelingen in deze gebieden wordt gekeken:

“De Kringenwet heeft ervoor gezorgd dat een aantal delen van de onveilige zijde en het
inundatiegebied zo goed als onaangetast zijn gebleven. In het hoofdstuk ‘karakterisering
en onderzoekslocaties’ zijn het Noordelijk veenweidelandschap, het Vechtplassengebied en
het landschap van de grote rivieren aangewezen als zeer gaaf. Het inpassen van energie betekent hier vooral het behouden van de Outstanding Universal Value die nog alom aanwezig is.”

 

Onderscheid tussen inundatiegebieden en schootsvelden:

Behoud de voorstelbaarheid van inundatie van de onveilige zijde

  • Plaats geen elementen die niet overstroomd kunnen worden
  • Pas het landschap niet dusdanig aan dat het overstromingsprincipe niet meer werkt

Behoud het overzicht binnen het schootsveld 

  • zorg dat energieopwekking het uitzicht vanaf de HVL niet blokkeert, let hierbij op de drie zones van de verboden kring

Behoud de leesbaarheid van de relatie tussen verdedigingswerk en het landschap van de onveilige zijde 

  • Let bij het inpassen van zonnevelden zichtbare relaties blokkeer deze niet

 

Er staat ook:

‘In kleine hoeveelheden en goed ingepast liggen er binnen de onveilige zijde ook mogelijkheden voor zonnevelden. Dichtbij de hoofdverdedigingslijn zorgen zonnepanelen door hun hoogte en gebrek aan transparantie voor verlies van openheid en overzicht van het schootsveld. Verder van de HVL af kunnen zonnevelden, met een hoogtebeperking, plaatsing op een manier waardoor het doorzicht vanaf de HVL behouden blijft en met een afscheidingen passend bij het plaatselijke landschap, ingepast worden.’

Pagina 49 van het rapport geeft aan, voor wat betreft het Vechtplassengebied, dat in inundatiegebieden wel mogelijkheden zijn voor zon, maar niet langs de onveilige zijde van de hoofdverdedigingslinie.

Langs moderne infrastructuur wordt wel ruimte voor inpassing gezien met neutrale of positieve impact op de kernkwaliteiten.

DOWNLOAD RAPPORT 'Energietransitie en Cultureel Erfgoed NHW dec 2018'