Onderzoeksplicht

Een initiatiefnemer moet, ook in de groene gebieden op de kansenkaart, onderzoeken wat de mogelijke effecten zijn van het zonneveld op:

  1. beschermde soorten (Wet Natuurbescherming)
  2. beschermde gebieden (Natura2000 en overig Natuurnetwerk Nederland NNN)
  3. Groene Contouren (gewenst Natuurnetwerk Nederland)
  4. overige belangrijke natuurgebieden zoals weidevogelkerngebied en -randzone en gemeentelijke natuur

Beoordeling door gemeente en provincie

Op basis van het ingediende onderzoeksrapport beoordeelt de gemeente of er nadere onderzoeken en/of een ontheffings- of vergunningaanvraag noodzakelijk is. De provincie is de partij die een ontheffing of vrijstelling kan verlenen op basis van de natuurtoets. Bij voorkeur nemen initiatiefnemers vroegtijdig contact op met de provincie (mail).

 

De initiatiefnemer dient bij haar ruimtelijke onderbouwing een plan in

  • om de negatieve effecten op natuurwaarden te minimaliseren dan wel de natuur te versterken
  • en beschrijft maatregelen die een positieve invloed hebben op flora en fauna die in dat gebied extra bescherming kunnen gebruiken.

 

Kortom, in àlle gebieden geldt dat de gemeente een initiatief voor een zonneveld beoordeelt op basis van:

  • de verwachte effecten op beschermde soorten en natuurgebieden
  • de verwachte effecten ook op andere soorten en in andere dan natuurgebieden
  • de mogelijkheden om nadelige effecten te voorkómen (zogenaamde mitigerende maatregelen)
  • de mogelijkheden voor compensatie op een ander perceel

 

In gebieden aangrenzend aan NNN en Natura2000 wil de gemeente een bufferzone aanhouden van 100 meter tussen het zonneveld en het natuurgebied.

Natura2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN) in Stichtse Vecht

NNN gebieden (voorheen: Ecologische Hoofdstructuur) zijn samenhangende natuurgebieden. Hierdoor zijn ze beter bestand tegen negatieve milieu-invloeden zoals verdroging. Ze zijn gevarieerder en er kunnen meer soorten planten en dieren leven. Door natuurgebieden met elkaar te verbinden, kunnen planten en dieren zich makkelijker verspreiden. Landbouwpercelen binnen NNN zetten agrarisch natuurbeheer in. In principe zijn zonnevelden in NNN niet gewenst tenzij aangetoond kan worden dat er geen verstoring voor flora en fauna te verwachten is. De positie van Groene Contouren wordt toegelicht onderaan deze webpagina.

 

Natura2000 zijn enkele deelgebieden binnen NNN met een zwaarder beschermde status. Daar willen zowel de gemeente als de provincie geen grondgebonden zonnevelden toestaan.

 

Klik op de foto voor een uitvergroting van de NNN gebieden zonder de groene contouren (of klik de gewenste laag aan op de kansenkaart).

Impact verschilt per soort

Welke soort er leeft op en nabij het geplande perceel voor het zonneveld, hangt van vele factoren af. Daarom moeten deskundigen onderzoek doen zowel in het veld als in databanken. Afhankelijk van de aanwezige soorten, spreken de deskundigen hun verwachting uit over de impact van een zonneveld op de natuur op die locatie en het nabije gebied. Er wordt gekeken naar planten, vogels, vleermuizen, andere zoogdieren, amfibieën en reptielen, en ongewervelden (denk aan dagvlinders en libellen).

 

Voor de ene dier-/plantensoort zorgt een zonneveld voor een duidelijk nadeel. Een belangrijk voorbeeld vormen weidevogels. Vanwege de grote impact op hen, besteden we hier veel aandacht aan op deze pagina.

 

Andere soorten kunnen er juist voordeel bij hebben als fourageergebied zoals voor de een graspieper, scholekster, de merel en zanglijster. Ook muizen en anderen kunnen leven om en nabij zonnevelden.

 

Een zonneveld heeft dus vrijwel altijd invloed op de natuur. De vraag is of dit een onaanvaardbare invloed is en of er mitigerende of compenserende maatregelen mogelijk zijn.

Voorbeelden van mitigerende en compenserende maatregelen

  • Het aanleggen van een strook (een biotoop zoals waterriet) van bijvoorbeeld 15 meter rondom het gehele zonneveld. Het gewas en het beheer ervan moet goed worden gekozen zodat het díe soorten steunt die het moeilijk hebben in dat gebied. Een goed beheer van dergelijke stroken kan bijvoorbeeld goed zijn voor muizen, wat weer goed is voor de steenuil als er ook bomen in de buurt zijn. Dergelijke stroken kunnen dienen als verbindingszone tussen gebieden.
  • Bij het gebruik van akkers voor zonnevelden, is bijvoorbeeld de patrijs kwetsbaar. Omgekeerd kan het aanleggen van een graanstrook om een zonneveld, weer gunstig zijn voor de patrijs.
  • Als de panelenrijen niet te dicht op elkaar staan én niet te dicht op de grond, is er meer kans op een goed bodemleven. Kruidige gewassen kunnen ingezaaid worden.
  • De AANLEG van het zonneveld moet buiten het broedseizoen plaatsvinden. In alle jaargetijden is aandacht nodig voor aanwezige dieren nodig zodat graafwerkzaamheden geen nest-, rust- en verblijfsplaatsen verstoren.

Weidevogels

Het aantal weidevogels neemt sterk af. Denk hierbij aan de grutto, kievit, tureluur en scholekster. De afname komt door verlaging van de grondwaterstand, verdergaande intensivering van de landbouw en de natuurlijke predatie op tegenwoordig grote overzichtelijke grasakkers. Door te vroeg maaien gaan nesten verloren en er is te weinig dekking en voedsel voor jonge vogels in de moderne grascultuur. Het maaien half mei valt midden in de eerste geboortegolf van de Grutto.

Door teveel kunst/drijfmest en bij bepaalde grassoorten is er te weinig bodemleven en daarmee te weinig voedsel voor jonge vogels. Ruige mest is juist gunstig voor het bodemleven.

Rol van diverse stichtingen

Er zijn diverse partijen betrokken bij natuurbescherming. Denk aan de Natuurwerkgroep Kockengen, de Agrarische Natuurvereniging en terreinbeherende organisaties zoals Natuurmonumenten. In weidevogelgebieden zorgen deze partijen bijvoorbeeld voor het beschermen van nesten bij bewerkingen van het perceel, zoals ploegen, mesten, zaaien en maaien. Met agrariërs en loonwerkers worden afspraken gemaakt voor weidevogelvriendelijk beheer van gehele percelen. Doel is weidevogels in weidevogelkerngebieden en -randzones te concentreren zodat ze beschermd worden.

Weidevogels en hun kuikens hebben belang bij een hoge grondwaterstand voor hun voedselvoorziening. Een mogelijkheid is daarom het aanleggen van plasdrasstroken. Hierbij maken boeren kunstmatig natte oppervlakken voor weidevogels in hun grasland, vaak aan de slootkant. De oeverzones maaien ze niet of pas later. Dit levert een fourageer- en vluchtgebied op.

Impact zonnevelden op weidevogels

Hoog opgaande elementen in het landschap zoals bomen, huizen en hoogspanningsmasten vormen ideale broed- en uitkijkposten voor predatoren. Het broedsucces van weidevogels in de nabijheid van opgaande elementen in het landschap is lager (in combinatie met de huidige grootschalige landbouw). Weidevogels mijden daarom deze opgaande elementen.

Het vogelonderzoeksinstituut Sovon Vogelonderzoek Nederland geeft aan dat diverse soorten weidevogels dan ook niet zullen broeden in een zone van 200 à 300 meter van opgaande elementen in het landschap zoals zonnepanelen. Andere durven er wel te broeden maar zullen daar minder succesvol in zijn. Stichtse Vecht wil een veilige strook van minimaal 500 meter aanhouden om de weidevogels extra te beschermen.

De provincie heeft weidevogelkerngebieden en -randzones aangegeven.

Beleid van de gemeente:

  • in de kerngebieden zijn geen zonnevelden toegestaan, met als uitzondering:
    • een onderzoeks-zonneveld met uitgebreide praktijkmetingen naar de daadwerkelijke impact op weidevogels
    • een zonneveld aansluitend op de bebouwde omgeving

 

  • in de weidevogelrandzones zijn zeer beperkt zonnevelden toegestaan. Er moet compensatie plaatsvinden voor weidevogels. Denk aan het verbeteren van de omstandigheden voor weidevogels op een ander stuk grond, bij voorkeur in het kerngebied. Initiatiefnemers overleggen hun voorstel in een vroeg stadium met de gemeente.

Impact afscherming op kleine fauna

Een strook van bijvoorbeeld 15 meter rietland, vochtig hooiland of (in het Vechtgebied) een houtsingel rondom het zonneveld, kan positief zijn voor het huisvesten en beschermen soorten op die locatie. Denk daarbij naast kleine fauna ook aan rupsen, vlinders en libellen.

Een dergelijke afscherming kan tegelijkertijd het zonneveld uit het zicht onttrekken van omwonenden en passanten.

Vanwege veiligheid wordt soms voor een dichte afscherming of zelfs een hekwerk gekozen. Deze verstoort de vrije doorgang voor kleine fauna. De initiatiefnemer dient opties voor te leggen die passen in het landschap en dieren niet of minimaal verstoren.

Zonnevelden helpen nieuwe natuur ontwikkelen? Groene Contouren

Er zijn partijen die van mening zijn dat zonnevelden juist gunstig kunnen zijn voor natuur. De provincie heeft de wens nog 3000 ha natuur te ontwikkelen waar nog geen fondsen voor beschikbaar zijn. Wellicht zijn er mogelijkheden om 15 jaar een zonneveld te exploiteren en met een deel van de winst, een waardevol natuurgebied te creëren na deze periode. De gemeente is eerste aanspreekpunt voor dergelijke plannen.

Lees meer over waar de provincie natuur wil uitbreiden (Groene Contour). Groene Contouren zijn de ontbrekende schakels in Natuurnetwerk Nederland. Ter informatie: in U-10 verband wordt er gesproken over het omzetten van Groene Contourgebieden in NNN.

 

Foto: webkaart gemeente Stichtse Vecht. NB er ontbreken enkele kleinere groene contouren zoals in Oud Zuilen en Nigtevecht. Klik voor een uitvergroting op de afbeelding of op de kansenkaart  Zonnevelden