Unieke positie met uniek landschap

Stichtse Vecht bestaat uit zeer diverse deelgebieden met ieder hun eigen ontwikkelingsgeschiedenis. Het document ‘Trendlijnen’ beschrijft acht verhaallijnen, namelijk het watersysteem, de rivierdorpen, de  veenontginningen, de buitenplaatsen, de waterlinies, de grote infrastructuur, suburbanisatie en het recreatielandschap.

 

Op deze pagina bespreken wij de impact van zonnevelden op het landschap in algemene zin. Wanneer wij in dit zonneveldenbeleid spreken over ‘het landschap beschermen’ dan doelen wij op het oorspronkelijke, kenmerkende landschap van dat gebied.  Meer hierover kunt u lezen in de bijbehorende gebiedspagina.

 

Een film vanuit de lucht toont het bijzondere landschap van Stichtse Vecht (naar film).

Zonnepanelen in het landschap van Stichtse Vecht

De gemeente wil het unieke karakter van het Vechtlandschap, het Groene Hart en de overige buitengebieden zo goed mogelijk behouden. Waar zonnevelden toegestaan zijn, is een goede inpassing noodzakelijk. Passend bij de maat, schaal en richting van de elementen in het landschap.

Aandachtspunten zijn:

  • Soms is er afscherming gewenst vanaf bepaalde zichtlijnen.
  • Afscherming onttrekt de panelen uit het zicht maar ook een deel van het achterliggende landschap.
  • Hoogte van de opstelling is van groot belang (vanwege uitzicht maar ook bodem en natuur).
  • Welk percentage van een gebied tot zonneveld transformeert, ten opzichte van het deel dat onveranderd blijft.

 

Het landschap krijgt haar karakter door landschappelijke structuren. Met zonnevelden voeg je een landschappelijke structuur toe. De gemeente kijkt mee met iedere initiatiefnemer om de bestaande beeldkwaliteit te behouden of zelfs verbeteren.

Oost-west zichtlijn Heuvelrug Veenweide

Het landschap biedt unieke beelden die niet door iedereen gezien worden. De meeste mensen hebben er (nog) geen kennis van. Deze uitzonderlijke landschapsstructuren verdienen wel bescherming. Een belangrijk voorbeeld is de zone tussen Maarssen en Breukelen. Dit doorzicht is om twee redenen het beschermen waard:

  1. Dit is de eerste landschappelijke en ecologische oost-west verbinding ten noorden van de Rijn. In deze zone is heel goed de ‘gradiënt’ zichtbaar van het hogere Heuvelrug in het oosten tot de lage veengebieden van het westelijke Veenweidegebied.
  2. Ook is alleen hier nog de unieke viervoudige copeverkaveling te zien vanaf de Vecht naar het westen.

 

Onder andere vanwege deze twee argumenten, zijn er beperkingen voor de inpassing van zonnevelden in de gebieden Zuidoost van Kortrijk, Harde As Zuid, en tussen Maarssen en Breukelen.

Compacte versus open opstelling

De voorkeur is vaak om zonnepanelen zo compact mogelijk te plaatsen. Er wordt dan relatief veel energie opgewekt op een klein oppervlak. Op andere locaties past een meer open opstelling waar het groene karakter zichtbaar blijft. Soms is het mogelijk meer zonnepanelen boven elkaar te plaatsen waarbij de afstand tussen de rijen groter wordt. Zo wordt meervoudig landgebruik mogelijk. Denk aan schapen die grazen tussen de panelen. Een andere mogelijkheid is de panelen op een hogere stellage te plaatsen. Je behoudt dan de doorkijk naar het achterliggende landschap. Er zijn kansen voor teelten onder de zonnepanelen. Diverse opstellingen ziet u hier.

Verkaveling of infrastructuur volgen

De gemeente eist dat de panelen zo worden opgesteld dat de natuurlijke verkaveling, de infrastructuur of andere natuurlijke lijnen in het landschap worden gevolgd. Dit geeft een rustiger beeld zo dicht mogelijk bij het oorspronkelijke landschap.

Varianten in de opstelling zullen worden bekeken door de initiatiefnemer en de gemeente. Als je zoveel mogelijk stroom wil opwekken per zonnepaneel, dan wordt deze zo goed mogelijk op het zuiden gericht. Het liefst is vooral de voorkant van de panelen in zicht en niet de stellage.

Er zijn situaties waarin een oost-west opstelling gunstig is. Per paneel wek je dan minder stroom op maar het gehele zonneveld maakt gebruik van het zonlicht van zonsopkomst tot zonsondergang. Deze spreiding is gunstig voor onze energievoorziening in totaliteit. Voor de bodem(leven) is een oost-west opstelling zeer ongunstig omdat er vaak geen licht meer op valt. (natuur, landgebruik). Op waardevolle gronden zal de gemeente geen gesloten opstelling toestaan.

Hoogte

De hoogte van de stellage bepaalt hoeveel het achterliggende landschap zichtbaar is. De hoogte bepaalt ook de afstand tussen de rijen en of er multifunctioneel landgebruik mogelijk is. Op een grotere afstand van de waarnemer, kan de installatie hoger zijn.

Veel voorkomende opstellingen zijn:

  • zuidelijke orïentatie: hoogte kan vanaf 0,5 meter, maar is in de praktijk vaak 2 meter tot zelfs 4 meter hoog
  • oost/west-oriëntatie: hoogte van 0,5 tot 2 meter

In algemene zin bieden hoge installaties meer mogelijkheden voor  het combineren van kansen voor natuur en economie. Hoge opstellingen zijn beter voor  de vegetatie en het daarmee samenhangende leven.

 

De foto toont een verticale stellage van ongeveer 5 meter. Deze draait mee met de zon. In Nederland zijn dergelijke zonnepalen te zien langs enkele snelwegen, bijvoorbeeld bij een bedrijventerrein of tankstation. Een heel zonneveld met dergelijke installaties komt in Nederland nog niet voor.

Meer over vormgeving

Afscherming met gebiedseigen beplanting

In sommige gebieden (veelal de blokverkaveling op de rivieroevers) is er sprake van onregelmatige verkaveling en de slingerende wegen. In andere gebieden is het juist groots en open. Er zijn relatief veel zichtlijnen in het landschap van Stichtse Vecht. Beplanting en hoogteverschil kan een zonneveld aan het zicht onttrekken. Dit dient te passen binnen het landschapstype. Denk aan een rietkraag of een zandwal bedekt met gras. Samen met direct omwonenden besluit de gemeente over de mate waarin de initiatiefnemer de zonnepanelen uit het zicht moet plaatsen. Soms heeft het de voorkeur het zonneveld niet af te schermen om juist zicht op het open landschap te houden achter en naast de panelen.

Plafonds: hoeveel zonnevelden mogen er in een gebied

De gemeente benoemt een maximale omvang van zonnevelden in het gehele buitengebied. Ook kan de gemeenteraad kiezen voor een plafond per (deel)gebied. Deze plafonds gelden voor een bepaalde periode. Daarna wordt er opnieuw over besloten met de kennis en ervaringen van dat moment.

 

Door een maximum voor deze raadsperiode te kiezen, kunnen inwoners geleidelijk wennen aan het fenomeen zonnevelden en worden ze niet overladen met een groot aantal velden.

Reflectie van zonlicht

Hinder is mogelijk door reflectie van zonlicht als bij een spiegel. Ook de verkeersveiligheid verdient dan ook aandacht wanneer een grotere installatie nabij een weg wordt geplaatst. De initiatiefnemer moet dit risico vooraf berekenen op basis van de hoek waarop de panelen worden geplaatst, de hoogte van de panelen, en de locatie van mogelijk gehinderden. Het gaat hierbij om direct omwonenden, passanten, verkeer over de weg en vliegverkeer in het geval van grote installaties. Van belang is de stand van de zon die vanzelfsprekend varieert gedurende de dag én het jaar. Moderne panelen zijn voorzien van een laag waardoor de schittering sterk afneemt.